Samen leven doe je samen!

Inclu­sie­ve buurten
Naar het overzicht

Con­fe­ren­tie: Bij­dra­gen aan goed samen­le­ven vraagt om lei­ders met lef die luis­te­ren naar bewoners

Op uit­no­di­ging van Por­taal kwa­men ruim 200 pro­fes­si­o­nals, belang­heb­ben­den en geïn­te­res­seer­den bij­een in de Pro­dent­fa­briek voor de con­fe­ren­tie Bij­dra­gen aan goed samen­le­ven. De situ­a­tie in som­mi­ge wij­ken holt ach­ter­uit. En daar wil­len we, met elkaar, wat aan doen. De con­fe­ren­tie  in Amers­foort op 21 juni was voor­al bedoeld om part­ners en par­tij­en te enthou­si­as­me­ren voor een geza­men­lij­ke aan­pak en hoe die te rea­li­se­ren. Daar­voor lie­ten we ons inspi­re­ren door hoog­le­raar psy­cho­lo­gie en schrij­ver Roos Vonk, filo­soof en voor­ma­lig Den­ker des Vader­lands Daan Roovers en schrij­ver, colum­nist en pro­gram­ma­ma­ker Özcan (‘Eus’) Aky­ol. Ver­der wer­den er pit­ti­ge gesprek­ken gevoerd met een divers panel en was er na afloop gele­gen­heid om ont­sta­ne idee­ën ver­der uit te denken.

Voor Por­taal bete­kent Bij­dra­gen aan goed samen­le­ven dat samen met ande­re par­tij­en de hand­schoen wordt opge­pakt om de situ­a­tie in wij­ken te ver­be­te­ren. Dat is hard nodig. De situ­a­tie in som­mi­ge wij­ken holt ach­ter­uit. De bij­een­komst in Amers­foort op 21 juni was voor­al bedoeld om part­ners en par­tij­en te enthou­si­as­me­ren voor een geza­men­lij­ke aan­pak en hoe die te realiseren.

Bij het wel­kom heten van de gas­ten bena­druk­te Mar­jet van Zuij­len, voor­zit­ter van de Raad van Com­mis­sa­ris­sen van Por­taal, dat er lei­ders met lef nodig zijn wil­len we echt iets kun­nen doen aan de ach­ter­uit­gang van som­mi­ge wij­ken. “Men­sen die het aan­dur­ven om de regels los te laten, die luis­te­ren naar bewo­ners en hun idee­ën en daar­mee aan de slag gaan.” Daar­na start­te de con­gres­bij­een­komst met dag­voor­zit­ter Yous­sef Eddi­ni en boei­en­de, inspi­re­ren­de en opval­len­de per­soon­lij­ke bij­dra­gen van hoog­le­raar psy­cho­lo­gie en schrij­ver Roos Vonk, filo­soof en voor­ma­lig Den­ker des Vader­lands Daan Rovers en schrij­ver, colum­nist en pro­gram­ma­ma­ker Özcan Akyol.

We zijn kud­de­die­ren, maar dat is heel positief

Roos Vonk sprak over hoe we als mens altijd in groe­pen heb­ben geleefd en dat we dat best goed kun­nen. “We wil­len erbij horen en ook best reke­ning hou­den met elkaar.” Zon­der het begrip de geken­de nega­tie­ve lading te geven, poneer­de Vonk dat “we kud­de­die­ren zijn.” Vol­gens Vonk wor­den we “geluk­kig van samen­zijn en gewoon elkaar gedag zeg­gen op straat.”

Sky­boxi­fi­ca­tie en enorm belang­rij­ke trapveldjes

Daan Roovers had het – ver­ras­send veel  — over voet­bal, over het prach­ti­ge woord sky­boxi­fi­ca­tie, over geschei­den werel­den die in sta­di­ons zijn ont­staan waar­door men­sen elkaar niet meer tegen­ko­men. De sky­box praat niet met vak F of H. Er zijn ook twee soor­ten voet­bal: voet­bal op een club met zijn regels en gewoon­ten en het los­se voet­bal van voor de deur en wat dat doet met men­sen en hun ont­wik­ke­ling. Trap­veld­jes ver­die­nen een lof­trom­pet. Die veld­jes zijn van enorm groot belang. Daar kom je elkaar tegen, daar kun­nen we samen­le­ven én lek­ker voet­bal­len. De Fran­se schrij­ver, jour­na­list en filo­soof Albert Camus zei ooit dat hij het leven had geleerd op het voet­bal­veld. Maar dat was dus in een tijd waar­in er nog geen sky­boxen waren en ieder­een op de tri­bu­nes door elkaar stond, zon­der hek­ken voor rang of stand of afkomst.

Het begon­nen bij Eus met nummerborden

Özcan Aky­ol of Eus nam ons 10 minu­ten mee terug naar het Deven­ter van zijn jeugd eind vori­ge eeuw. Hij groei­de er op in een Turk­se volks­buurt waar de wonin­gen op een gege­ven moment zo onder­maats waren, dat ze zwaar gere­no­veerd moesten wor­den. Toen alle oor­spron­ke­lij­ke bewo­ners er terug­keer­den kre­gen zij het aan­bod om hun woning te kopen. Uit­ein­de­lijk luk­te het alleen de ouders van Eus om een hypo­theek te krij­gen. “En zo werd onze wijk wit­ge­was­sen” ver­tel­de Eus gek­sche­rend. De ouders van Eus waren anal­fa­beet. Zijn werk bleef dus let­ter­lijk en figuur­lijk een geslo­ten boek voor hen. Als jon­gen uit de ach­ter­buurt moest hij, ondanks zijn Vwo-advies, naar de Mavo omdat zijn ouders ook niet kon­den leren. Toen hij bekend was vroeg hij aan zijn moe­der of zij dan nooit had gezien dat hij mis­schien wel wat talent kon heb­ben voor schrij­ven. Zij ant­woord­de dat toen Eus 2 jaar was hij met een vel papier en een pot­lood naar bui­ten ging on num­mer­bor­den van auto’s over te schrij­ven. Zijn ouders von­den hem ‘een vreemd kind’. De lat lag niet laag, de lat was er niet, maar Eus had talent, door­zet­tings­ver­mo­gen, goe­de rol­mo­del­len en geluk.

Pilo­ti­tus en alles doen wat net kan

Er viel eer­der al een prach­tig woord: sky­boxi­fi­ca­tie. Maar Ruth Peet­oom, voor­zit­ter van de Neder­land­se ggz, wil­de daar niet bij ach­ter­blij­ven. Zij lan­ceer­de – tot groot ver­maak van de zaal – de term pilo­ti­tus, altijd maar die pilots en die pilots en veel te wei­nig dat goe­de, gesta­ge, door­dach­te en soms mis­schien wel iets te gewaag­de beleid. Peetom was één van de twaalf panel­le­den die na de pau­ze een heel breed podi­um van des­kun­di­gen vorm­den. Er werd gedis­cus­si­eerd en veel gepo­neerd over vier stel­lin­gen. Over de pro­ble­ma­tiek in de wij­ken was ieder­een het rede­lijk tot geheel met elkaar eens. Maar waar­om het dan toch maar niet lukt om de pro­ble­men in goe­de geza­men­lijk­heid aan te pak­ken, daar lie­pen de menin­gen nog­al over uit­een en werd er veel gewe­zen naar het altijd te domi­nan­te eigen belang en de over­vloed aan regels. De opmer­king “niks doen wat niet mag, alles doen wat net kan” oogst­te veel bij­val. Yvon­ne Hof van Stich­ting Meer­kring had het over “zoe­ken naar de geza­men­lij­ke belangen.”

Posi­tie­ve ener­gie genoeg alom, maar het is nog wel zoe­ken naar hoe dan te acte­ren samen. En niet te ver­ge­ten: toon inte­res­se, luis­ter wat men­sen zelf wil­len. Niet alleen over hen, maar ook met hen. Maar dat die samen­wer­king nodig is en in bewe­ging moet komen, dat is wel dui­de­lijk. Na het panel was er een net­werk­bor­rel op vijf ‘plei­nen om elkaar nog iets beter te leren ken­nen en nog even door of na te par­ten over wat alle spre­kers dach­ten en brach­ten. Toen rond 20.00 uur de laat­ste gas­ten van het con­gres huis­waarts keer­den, stond de zon nog heel hoog op deze lang­ste dag van het jaar.

Sfeer­im­pres­sie