Samen leven doe je samen!

Opga­ven van woningcorporaties
Naar het overzicht

‘Doel­stel­ling voor 10.000 mobie­le wonin­gen wordt zo niet gehaald’

De doel­stel­ling om eind 2022 in heel Neder­land zo’n 10.000 flex­wo­nin­gen gebouwd te heb­ben, wordt niet gehaald als gemeen­ten niet meer grond beschik­baar stel­len. Dat zegt Aedes, de koe­pel van woning­cor­po­ra­ties, tegen BNR. De bouw van zul­ke tij­de­lij­ke wonin­gen, vaak een soort con­tai­ner­wo­nin­gen, blijft vol­gens Aedes ste­ken op maxi­maal 1500 per jaar.

Al jaren bou­wen woning­cor­po­ra­ties min­der flex­wo­nin­gen dan zij zou­den wil­len in de strijd tegen het woning­te­kort. In sep­tem­ber 2020 slo­ten daar­om het Rijk, de Ver­e­ni­ging van Neder­land­se Gemeen­ten en Aedes een deal om bin­nen twee jaar lan­de­lijk dui­zen­den van deze flex­wo­nin­gen te bouwen.

De bouw van dit soort ver­plaats­ba­re hui­zen wordt gezien als een belang­rij­ke en snel­le oplos­sing voor het tekort van zo’n 300.000 wonin­gen. Voor­al spoed­zoe­kers zou­den daar­van moe­ten pro­fi­te­ren: geschei­den men­sen, zwan­ge­re vrou­wen, sta­tus­hou­ders, arbeids­mi­gran­ten en dak­lo­zen. Maar ze zijn ook bedoeld voor stu­den­ten en star­ters op de woning­markt die anders geen dak boven hun hoofd hebben.

Woning­te­kort
Gemeen­ten heb­ben de ruim­te voor dit type woning en toch loopt het vaak spaak, zegt Rob Haans, voor­zit­ter van De Alli­an­tie, een woning­cor­po­ra­tie met 53.000 wonin­gen in de Rand­stad. Hij ging namens zijn cor­po­ra­tie akkoord met het doel van 10.000 wonin­gen. “En we wer­ken nog steeds aan deze doel­stel­ling. Het volu­me gaan we ook rea­li­se­ren, maar het is de vraag of dat op tijd gaat zijn.”

Vol­gens Haans zijn de extra te plaat­sen wonin­gen geen drup­pel op een gloei­en­de plaat, al zijn tij­de­lij­ke wonin­gen alleen ook niet dé oplos­sing voor het woning­te­kort. “Het is echt een aan­vul­ling op. Het is dan ook niet zo dat we alleen tij­de­lij­ke wonin­gen bou­wen. We ver­bou­wen kan­to­ren, zijn druk bezig met uit­brei­dings­wij­ken. Je moet ze zien als onder­deel van het palet van oplossingen.”

‘Angst voor bewoners’
Het beschik­baar krij­gen van loca­ties is vol­gens de voor­zit­ter het gro­te knel­punt voor de wonin­gen die gebouwd wor­den in een fabriek en bin­nen acht maan­den bewoon­baar kun­nen wor­den gemaakt.

“Dat gaat moei­zaam omdat gemeen­tes loca­ties moe­ten aan­wij­zen. Zij vin­den dat las­tig. Het leidt soms ook tot weer­stand van omwo­nen­den”, zegt Haans. “Dan is er angst voor bepaal­de bewo­ners­groe­pen. Inmid­dels heb­ben we veel posi­tie­ve erva­rin­gen. Als de wonin­gen er een­maal zijn, gaat het eigen­lijk altijd goed en leidt het vaak juist tot meer cohesie.”

De Alli­an­tie vindt dat gemeen­ten bewo­ners moe­ten laten zien dat flex­hui­zen een onder­deel zijn van de oplos­sing voor het woning­pro­bleem. “Nie­mand vindt dat iemand geen woning zou moe­ten krij­gen. De ruim­te is er, als je maar cre­a­tief genoeg kijkt en de wil er is. Het tekort aan wonin­gen is extreem, we moe­ten alle zei­len bij­zet­ten. Elke voor­deur die we toe­voe­gen is er een.”

Bron: NOS